Een derde kind

Ik heb twee prachtige lemmings. Twee meisjes waarvoor ik alles denkbaar zou doen om ze maar gelukkig te zien.

Toch krijg ik wel eens de vraag “Je hebt nu Meneer, wil hij geen kinderen? Zou je nog voor een derde kind gaan?”

Dit vind een lastige vraag.  Je hebt van die vrouwen die 5 kinderen tussen het fietsen op de dijk eruit gooien zonder een greintje effort en je hebt vrouwen die er gewoon niet zo goed in zijn. Die het moeite kost en ik behoor tot de tweede groep.

Ik ben niet goed in baren. Bij de eerste ging het bijna mis en was ik haar bijna kwijt, bij de tweede was het een keizersnede met daar een IC bezoek omdat mijn bloeddruk niet meer omhoog ging.

Je kunt begrijpen dat dit een stempel op mijn idee over baren heeft gezet. Ik heb twee prachtige gezonde dochters dus waarom zou ik het risico nemen voor een derde? Als het mis gaat ben ik of een kindje kwijt of mijn dochters missen hun moeder.

Zo bleef ik er eigenlijk vrij strikt in staan, na de geboorte van nummer 2. Ik ben klaar.

Ik heb twee dochters, ben nog jong en omdat ik jong in de kinderen zit ben ik er ook vlot uit. Je hebt straks diverse carrière tijgers die in de 40 zijn en met baby’s lopen en je hebt straks een Linda die op dat moment kinderen van 18 heeft en zelf een carrière kan opbouwen.

Daarnaast moet je tegenwoordig twee verdiener zijn voor een leuk huis en ik wil gewoon geen baby in de kinderopvang doen als het niet echt moet. Ik wil voor een kind kunnen zorgen in de beginstadia van hun tere leventje. Daarin ben ik misschien wat ouderwets, maar daar voel ik mij het beste bij.

Ook wil ik het liefste geen kinderen na mijn 36ste levensjaar. De risico’s gaan omhoog voor moeder en kind en juist omdat ik dan ook nog eens niet goed kan baren vind ik dat eng. Een kindje met een beperking vind ik lief maar daar zou ik niet voor kiezen in verband met de impact op mijn andere dochters.

En toen kwam Meneer. Meneer heeft geen kinderen en gaat op een fantastische manier met de meisjes om. Een echte bij-papa. Zelf zou hij heus nog wel een kindje erbij willen. Dit is een gesprek wat wij vroeg gevoerd hebben.

Ik vond het belangrijk dat hij mijn standpunt hierin wist. Want stel je voor dat hij ten koste van alles een kindje wil weet ik niet of ik hem dit kan geven. Liever dat we dat uit de weg hebben dan dat we na een paar jaar met veel verdriet uit elkaar gaan op dit specifieke punt.

Hij heeft wel aangegeven dat als ik het echt niet kan of wil hij daar vrede mee zou hebben. Er zijn immers al twee prachtige kinderen, en adopteren zou altijd nog een optie kunnen zijn. Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden.

Nu snap ik dat dit voor sommige dames in de 20 dat een raar gesprek kan zijn in het begin van een relatie. Je ziet wel hoe het loopt toch? Ja, dat ben ik met je eens. Alleen ik heb al twee kinderen en op dat moment was ik 29 en hij 34. Dan is kinderen ineens wel een bespreekbaar onderwerp geworden. Je moet beide standpunten doornemen om te kijken of de relatie daarop niet kapot kan lopen. Iets waar je vroeger nooit aan zou denken, wordt nu “normaal”

Alleen zijn er dingen veranderd in mijn hoofd en lichaam.

Als eerste heb ik ineens last van mijn eierstokken sinds een half jaar. Als ik een baby zie of ruik laat mijn baarmoeder ineens duidelijk weten dat het wel enorm leuk is. Ik krijg er bijna buikpijn van. Dit voelt ergens als hoofdverraad. Die vrouw die zeker wist dat ze geen kindje meer wil heeft een lichaam die roept: “EEN BABY!” “LEUK” “WHOOPWHOOP” “Kijk eens naar die kleine vingertjes, het neusje, en die voetjes dan!” “LETS DO THIS”

Bij deze:

‘Lieve Baarmoeder,
doe mij een plezier. Kap hiermee. Ik wil graag op kraambezoek kunnen zonder dat ik meteen het gevoel krijg dat voortplanting nodig is voor het menselijk ras. Dat ik mij diezelfde avond moeten laten bevruchten omdat het neusje zo schattig is. De geur van Zwitsal is gewoon prima, niet een afrodisiacum. Alles komt goed, mijn voortplantingsplicht (bestaat zoiets?) zit erop. You did your job. Relax’

Daarnaast moet ik eerlijk zijn en vind ik kinderen gewoon enorm leuk. Er is een reden waarom ik ooit de pedagogiek ingegaan ben. Een groot warm gezin heb ik altijd gewild. Een grote keukentafel met kibbelende snoetjes, huiswerk maken, spelletjes spelen. Ondanks dat de twee lemmings soms veeleisend zijn zouden ze het prachtig vinden om er een broertje of zusje erbij te krijgen. Daarin zijn het misschien echte meisjes.

De olifant in de kamer is Meneer. Ik houd van hem. Ik betrap mijzelf er soms op hoe leuk het zou zijn om met Meneer een klein Meneertje op de wereld te zetten. Laten we eerlijk zijn meisjes zijn baas maar een jongetje heb ik nog niet. Nu kan je daar niet voor kiezen maar je kunt altijd een poging wagen.

Dus zou ik nog een derde kindje willen?

Als we de zin anders formuleren dan is het Ja, ik zou best nog een derde kindje erbij verwelkomen. Ik weet alleen niet of ik een derde kindje wil baren. Ik weet het gewoon nog niet. Waar ik eerst dus uitgebreid “NOPE”  riep, twijfel ik tegenwoordig.

Noem het leeftijd, noem het liefde, noem het wat je wilt.
We gaan zien wat de toekomst brengt.

 

 

 

 

0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *