Een woensdag, een client

De thuiszorg. De hulp. Mensen hebben er vaak een ander beeld bij dan wat het werk eigenlijk inhoud bij een goede hulp. Wij ondersteunen mensen niet alleen bij een huishouden en we begeleiden niet alleen ouderen.

Wij begeleiden ieder die ondersteuning nodig heeft in een huishouden die dit fysiek niet goed zelf meer kan.

Het gros bestaat uit ouderen. Wij zijn de mensen die ervoor zorgen dat onze cliënten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen voordat ze komen te overlijden of naar een zorginstelling gaan.

Dan hebben we nog een scala aan cliënten die door een ziektebeeld niet compleet zelfstandig een huishouden kunnen draaien. Een kleine greep uit wat dit kan inhouden: mensen met bijvoorbeeld MS, mensen met slecht zicht, mensen die slecht ter been zijn, een verlamming hebben, mensen die een operatie achter de boeg hebben en tijdelijke ondersteuning nodig hebben. Het lijstje kan behoorlijk doorgaan.

Ik heb altijd de visie gehad dat ik iemand wil begeleiden zoals ik een familielid zou ondersteunen. Die warmte, dat begrip en de helpende hand.

Mijn werk is iedere dag anders. Dat krijg je als je zo intiem met mensen werkt. Er kan altijd van alles gebeuren in iemands leven en daar zul je altijd vlot op in moeten kunnen springen.

Door Covid is de thuiszorg belangrijker dan ooit geworden. Immers zorgen wij er nu voor dat deze risico doelgroepen zoveel mogelijk geïsoleerd blijven van de buitenwereld, en houden we de verzorgingscentra leger.

Daar zit ook een keerzijde aan. Door ze te beschermen, zijn wij in sommige treurige gevallen nog het enige contactpunt met de buitenwereld. Ook zijn veel van mijn collega’s en ik bang. We zijn bang om juist het virus door te verspreiden naar de risico doelgroep met alle gevolgen van dien.

Veel van onze cliënten zijn op dit moment bang en geïsoleerd. Daardoor zien sommige mensen het leven niet meer zitten. Onze taak is nu ook om deze mensen hierin te begeleiden.

Daarnaast hebben we op dit moment een groot tekort aan personeel. Zodra wij snotteren moeten wij ons werk staken en ons laten testen, maar niet alle mensen krijgen invallers. Die zijn er immers niet. Zo kan een client in het ergste geval twee weken alleen thuis zitten in isolatie.

Op dit moment in de thuiszorg werken, is werken onder constante druk.

Gelukkig werken mijn collega’s en ik niet zomaar in dit vakgebied. Dit doen wij omdat we mensen willen helpen, gelukkig maken veel leuke cliënten het werk ook absoluut de moeite waard. Want laten we eerlijk zijn, voor het salaris hoef je het niet te doen.

Laat ik eens een woensdag ochtend erbij pakken.

Pak jij ondertussen een kopje koffie of thee erbij.

Op woensdag ochtend ondersteun ik een oudere dame die nog heel vlot is en een scherpe tong heeft. Ze heeft een rumoerige tijd achter de boeg met redelijk wat vervelende kwaaltjes. Ze begint gelukkig eindelijk op te knappen.

Deze dame is bang voor Corona en probeert zichzelf zoveel mogelijk thuis op te sluiten en ziet bijna niemand. Nu is deze vrouw enorm zelfstandig en prima in staat om zichzelf te vermaken maar ik merk dat het sociaal isolement lastig begint te worden voor haar.

Ik noem haar vandaag even “Mevrouw Braam”. Uiteraard is dit niet haar echte naam.

Ik ben de afgelopen twee weken niet bij haar geweest omdat ik zelf thuis zat met klachten en zeker moest weten dat ik negatief getest zou zijn en klachtenvrij. Er was geen vervanging in de tussentijd voor mevrouw Braam omdat we zwaar personeelstekort komen, maar gelukkig heeft ze een fantastische dochter en kleindochter die beide haar goed hebben ondersteund.

Zodra de deur opengaat staat ze met een stralende glimlach en is ze blij dat ik er weer ben. Er is weer een lichtpuntje in huis. Ik ga naar binnen en teken alvast mijn papieren. Ze wil dat ik ga zitten om even bij te praten hoe het leven ervoor staat. Net zoals veel andere cliënten leeft Braam deels via mij en is ze met begaan met alles wat er gebeurd. Ik merk dat Braam zelf niet helemaal lekker in haar vel zit dus breng ik het gesprek naar haar toe. Braam geeft aan dat een jeugdvriendin plots in kritieke toestand is opgenomen en dat ze vandaag een operatie behoeft. Deze kan haar fataal worden. Braam haar ogen worden glazig van de tranen en het is lastig voor mij nu om haar te troosten. Normaal is daar die knuffel, maar Braam is bang en wil bewust die afstand houden. Braam heeft ook die scherpe tong en waardeert eerlijkheid.

Nu moet je weten dat Braam zelf in de medische wereld heeft gewerkt en heel reeel in de situatie staat. Het is een intelligente vrouw.

Ik praat met haar en meldt dat ik kan begrijpen dat ze van slag is. Dat het normaal is om zo van slag te zijn als iemand vanuit je jeugd plots van de ene op andere dag kritiek op de IC terecht komt. Ik zou net zo van slag zijn en dat ze zenuwachtig is of er vandaag niet bij is met haar hoofd, niet meer dan normaal is. Braam vindt soms lastig om emoties te tonen en haar gevoel hierin erkennen zorgt dat zij zichzelf meer op haar gemakt voelt. We hebben het over hoe normaal het is in haar leeftijd, dat mensen wegvallen maar dat het eerder komt door ouderdom of door een lang ziektebed. Normaal zie je het aankomen. Na dit gesprek is ze zichtbaar opgeknapt en laat ze trots haar nieuwe Medirol dispenser zien.

Dit is een rol medicijnen waarop elke dosis medicatie met een tijdstip is aangeven en in een los zakje zit die je kunt afscheuren. Veel mensen vergeten hierdoor niet meer hun medicatie te nemen. Door Braam haar achtergrond in de medische wereld is ze heel secuur met alles noteren. Haar hele huis zit onder de post-it briefjes met notities over wat nog te doen, gegevens die ze wil opzoeken en ga maar door. Braam vindt het een werelduitvinding.

Ik haal een tube secondelijm uit mijn tas. Ik wist dat haar kostbare dienblad gevallen was en ze had gevraagd of ik naar twee gebroken lamellen wilde kijken. Ze is blij dat ik het probeer op te lossen voor haar. Ze gaat snel eten om op tijd haar medicatie in te kunnen nemen (altijd punctueel) en ik begin met mijn crea bea avontuur. Uiteindelijk maak ik met gemak haar dienblad alleen die lamellen frustreren mij enorm. Ik krijg er 1 gemaakt en de ander besluit ik met plakband vast te plakken. Als ze terug komt schiet ze in de lach en is ze blij dat het gemaakt is. Zoveel gebruikt ze deze lamellen toch niet meer.

We drinken samen een bakje koffie en haar tuin staat er prachtig bij. Vol kleur. Ze is gek op natuurfoto’s en ze vraagt of ik even wil kijken naar haar tuin. Ik maak een aantal foto’s en stuur deze door naar haar email.

Vervolgens begin in met een flinke afwas terwijl ze zenuwachtig rond mij heen hupst en de planten water geeft. Ze is aan het wachten op het verlossende telefoontje. Recent is een partner van haar overleden en ze laat een kaart zien met bijzondere woorden die haar kleindochter haar stuurde. Ik vind het een mooi moment. Braam verteld dat hem op haar nachtkastje heeft liggen en iedere avond hem even leest. Ik meld haar dat ze trots kan zijn op zo een kleindochter. Ze is het helemaal met mij eens. Terwijl ik de afwas afrond maakt ze haar slaapkamer zelf aan kant zodat ik zo de laatste dingen kan doen.

Na de afwas, pak ik de stofzuiger en krijg ik te horen dat ze vandaag graag alles goed gezogen wil hebben maar dat haar dochter de badkamer en toilet al onder handen heeft genomen.”Vergeet de matjes niet” Een zin die ik al jaren lang elke woensdag hoor, zoals altijd is mijn antwoord “Braam als ik het na al die jaren nog steeds niet weet dan zou je echt een nieuwe hulp moeten vragen” Het is een soort lopend grapje tussen ons.

Ik stofzuig de hele woning en trek vervolgens de dweil door het huis heen, terwijl ze zelf haar laptop klaar zet. Ze heeft wat problemen en wil dat ik haar ondersteun op digitaal vlak. Ondanks dat haar dochter al wat dingen gedaan heeft haal ik toch een doekje over het toilet. Noem het gewoonte.

Daarna volg ik haar naar haar laptop en gaan we samen zitten. Ik spoor een mailtje op en zet er het nieuwe mailadres in van haar zus. Vervolgens kom ik erachter dat haar donorregistratie papieren nog steeds niet zijn gearriveerd. Deze had ik begin september al aangevraagd. Ik besluit te bellen en de papieren telefonisch voor haar aan te vragen. We komen erachter dat we deze niet op haar meisjesnaam hebben aangevraagd en daardoor zijn ze niet binnen. Braam heeft een duidelijke mening “Wat een ouderwets gezeur, ik heet Braam en dat is het” Ik schiet in de lach en leg de dame rustig aan de telefoon uit dat het niets persoonlijks is. We ronden het gesprek af en spreken besluiten komende week als de papieren binnen zijn er samen naar te kijken.

Ik vraag haar of ondertussen haar zelfbeschikkingsrecht formulieren zijn geregeld waar wij eerder mee bezig zijn geweest en dit is gelukkig wel op orde.

Vervolgens vraagt ze of ik een cadeaubon kan verzilveren naar een andere tegoedbon. Ik vertel haar dat dit geen probleem is. Dit bedrijf wisselt just een cadeaukaart in voor tegoedbonnen van andere merken. Ik kom er vervolgens achter dat ze ineens met Evouchers werken. Deze dame is geboren ergens in 1920. Dat stukje gaat er echt niet in. Ik bel de klantenservice en na een kort gesprek, meld ik dat ik persoonlijk het bedrijf niet netjes vind naar de oudere generatie. (uiteraard meld ik ook naar het meisje aan de telefoon dat ik haar niet persoonlijk aanval of haar geen rot gevoel wil geven. Immers kan zij hier niets aan doen. Het is een verbeterpunt voor het bedrijf zelf) Het meisje is het met mij eens en vraagt of ik even geduld heb. Ze wil haar manager even spreken.

Na een korte wachttijd met gemopper van Braam erdoorheen kom het meisje terug aan de telefoon en spreken we af dat we volgende week samen zorgen dat Braam alsnog een fysieke bon krijgt. Als ik hem dan eerst inwissel voor een Evoucher en daarna contact opneem met dit meisje via de email. We wisselen namen en gegevens uit zodat we volgende week een directe lijn van communicatie hebben. Mijn tijd zit er namelijk al bijna op en zou nog een uur kunnen duren voordat de code binnen zou zijn.

Braam is tevreden en bergt alles netjes op in een mapje. Ze zet er nog duidelijk bij “Woensdag samen met Linda de bon regelen” Vervolgens komt ze met een aantal lampjes. Het lampje van haar afzuiger is kapot en ze weet niet welke lamp nog goed is.

Ik bekijk de lampjes, luister er even naar en besluit dat ze allemaal kapot zijn. Volgens Braam ben ik de “lampen fluisteraar” Ze snapt er niets van. Ik vertel haar dat ik bij 1 lampje duidelijk zag dat de draadjes kapot waren, er was er eentje duidelijk doorgebrand en matte lampjes klinken ook kapot. Ze blijft het bijzonder vinden. Ik spreek met haar af dat ik volgende week zorg dat ik nieuwe lampjes bij mij heb en dat ik dan haar lampje in de afzuiger vervang.

Ook laat ze haar “nieuwe” telefoon zien. Voordat ik ziek werd heb ik samen met haar een nieuwe simkaart moeten bestellen omdat haar huidige aanbieder zou stoppen met prepaid kaarten. Ze had eerder een 3310 achtig model. Model Kruik.

Haar kleindochter heeft de binnengekomen nieuwe simkaart willen plaatsen en die simkaart paste niet meer in haar model kruik. Ze heeft vervolgens een Nokia 110 gekregen van haar kleindochter. Ze snapt er niets van. “Het is zo een modern hip ding” Maar wat haar nog meer irriteert… “Hij past niet meer in mijn hoesje, kijk maar” Na diverse pogingen van haar om de Nokia in een te klein tasje te proppen heb ik het niet meer. Ik schiet in de lach en zeg dat ik wel eens even rond zou kijken.

We lopen bij de deur onze afspraken nog even na. Lampjes, cadeaupas, hoesje. Ik meld haar dat alles goed komt en dat ik haar volgende week weer zie. Dat we dan alles oppakken. Dat ik hoop dat haar vriendin er goed uit komt en dat als ze behoefte heeft om even te praten, dat ze mij kan bellen.

Onderweg naar huis schiet ik de winkel in, ik vind geen hoesje voor een Nokia 110 maar wel de lampjes die ze nodig heeft.

3+

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *